Belangrijke zaken bij het kiezen van een nieuwe 3D diakijker:

Terug naar startpagina

Er zijn belangrijkere zaken om aan te denken bij het kiezen van een 3D dia kijker. De meest genoemde commerciële termen in advertenties zijn:
  • diaraam formaat 41x101 (RBT) of 50x50 mm.
  • Lens diameter ....mm.
  • Plastik of glas lenzen.
  • Vergroting 6x.
  • Fixed focus of instelbare scherpte.
  • Prijs.....

Deze termen zijn voldoende om een groffe indruk te krijgen van de dia kijker waar we mee te maken hebben.
Maar we hebben nog niet in de kijker gekeken!!
Deze web pagina kan U aangeven waarop gelet moet worden bij het selecteren van een kijker. We hebben geprobeerd zo objectief mogelijk te zijn, zelfs ten opzichte van onze eigen kijkers.

De volgende alinea's beschrijven enige 'controle punten'. U moet voor U zelf uitmaken of deze zaken wel of niet belangrijk zijn en kan ze dan eventueel weglaten uit uw 'eisenpakket'. Om een indruk te geven wat U ziet door een kijker, laten we dat door vereenvoudigde plaatjes weergeven zoals deze:

Wanneer u door een viewer kijkt, of U nu een bril draagt of niet, probeer zo dicht mogelijk met de ogen bij de lenzen te komen en bekijk de dia. De cirkel in het plaatje stellen de lensbussen voor, of de lensrand grens. Deze zullen in de meeste gevallen het 'breedbeeld' effect limiteren. U dient de viewer zo recht mogelijk te houden en de ogen in het midden van de lens. In deze ideale situatie zou U de dia precies in het midden van de 'cirkel' moeten zien, scherp, rechthoekig en in een totaal donker viewerhuis (zonder lichtspleten).

Vergroting en lens diameter zaken.

Hoe korter het brandpunt van een lens is, hoe meer deze zal gaan vergroten. De vergroting is theoretisch berekend door: 250 gedeeld door de brandpuntsafstand in milimeters. Veel vergroting geeft de indruk van een enorm panoramisch beeld. Maar het viewerhuis en de lensbussen moeten deze vergroting wel aankunnen.......

Als we even aannemen dat in de ideale situatie de lens zelf geen beeld verstoring veroorzaakt, dan kunnen er nog wel andere problemen opduiken. Er van uitgaande dat de lenzen individueel in scherpte te verstellen zijn, kan deze lensbus zelf de grootste limiterende factor zijn. In het bijzonder bij goedkopere kijkers zijn dit kleine lenzen met een kleine lensbus diameter aan de voorkant en een grote diameter achterin (bij de dia) om kosten te besparen. De lensbus krijgt daardoor een 'kegel' vorm. Zodra brildragers door zo'n viewer kijken kunnen de ogen niet dicht genoeg bij de lenzen komen. De kleine doorkijk opening zal beeldtechnisch de hoeken van de dia niet kunnen laten zien. Met zo'n kijker kan je eigenlijk alleen maar kleinere dia's bekijken zonder de hoeken kwijt te raken. Het zou niet nodig moeten zijn om het hoofd ten opzichte van de kijker te bewegen om alle hoeken te zien. Soms ligt het probleem anders; de lenzen zijn groot genoeg maar het huis van de kijker staat geen grote uittreede van de lensbus toe (bij de dia). Daardoor ontstaan wederom afgekapte hoeken van het beeld. Het is soms gewoon jammer dat bepaalde lenzen niet passen bij het huis van de kijker. Een goed huis geeft de lenzen genoeg ruimte om ze tot hun recht te laten komen. Een slecht voorbeeld is de Realist 'red-button' kijker. De vergroting van de lens is te sterk voor de grootte van de lens en het kijker huis.

Scherpte overal!

Dit is een van de belangrijkste zaken bij een 3D dia kijker. Het beeld moet overal scherp vertoond kunnen worden. Helaas wordt deze eis niet altijd gehaald bij goedkope kijkers met korte brandpuntsafstand. (korter dan 45 mm.)

Het hangt er van af voor wat voor toepassing de kijker gebruikt gaat worden; privé gebruik of voor publiek (museum). U zult zich moeten realiseren dat de kwaliteit van de ogen van het gemiddeld publiek behoorlijk varieert. De regel is dat als men wil dat 95 % van het publiek de afbeeldingen goed scherp moet zien, er lange brandpunt lenzen gebruikt dienen te worden (± 60 mm. of meer). Deze hebben een relatief groter scherpte gebied maar hebben helaas minder vergroting tot gevolg. Maar wat is nu belangrijker...... Tip: pas nooit verstelbare scherpte toe in kijkers voor publieke toepassingen!

U kan kortere brandpunt afstanden toepassen (korter dan 60 mm.) voor privé gebruik. In dit geval dient dan wel de scherpte instelbaar gemaakt te worden. De meeste 'privé' kijkers bezitten individuele scherpte instelling per lens. Soms zie je kijkers met een 'snel' scherpte instelling inrichting; een handeltje aan de zijkant van de kijker dat de gehele diahouder van voren naar achteren verschuift ten opzichte van het viewerhuis, dus de lenzen. Meestal wordt deze manier van verstellen toegepast op privé medium formaat dia kijkers in combinatie met individuele verstelbaarheid. Met lange brandpunts lenzen duurt het gewoon te lang de lenzen naar binnen of buiten het viewerhuis te schroeven om verschil in scherpte te zien. Uw ogen passen hun focus punt aan tijdens het 'langzame' verstellen van de lens - dia afstand. De ogen gaan dus harder werken om het scherp te blijven zien! Door de scherptestelling sneller te maken dan de ogen kunnen volgen vind je een beter en rustiger scherpte punt zonder de ogen te vermoeien of al het werkt te laten doen.

Vertekening van het beeld

De oorzaak van vertekening van het beeld is in de meeste gevallen de lens zelf en soms indirect het ontwerp van het kijker huis. Naast onscherpte in het beeld zijn er nog twee verstoringen die niet weggecorrigeerd kunnen worden op de kijker maar hebben meer te maken met het ontwerp er van.

Het zogenaamde 'kussen' effect is gerelateerd aan de kwaliteit van de lens. Er zijn twee typen lenzen die het meest gebruikt worden in dia kijkers; meniscus (plan-convex) lenzen (één glas element) en achromaat lenzen (twee glas elementen aan elkaar verlijmd). Een te sterk vergrotende meniscus lens veroorzaakt snel het 'kussen' effect. Achromaat lenzen kunnen deze verstoring van het beeld beter compenseren maar hebben ook zo hun optische grenzen. Meniscus lenzen zijn relatief goedkoop, zeker als ze gemaakt zijn van kunststof. Goedkope kijkers hebben daarom vaak meniscus lenzen en vergoten niet veel vanwege de beeldverstorende redenen. Een stelregel is hier: hoe meer je vergroot, des te meer kussen effect er geïntroduceerd wordt. Iedere lens heeft een beetje kussen effect, ook achromaten. Zeldzaam is de toepassing van een 3-delige lens, een zogenaamde anastichmat. Deze kunnen de beeldverstoring tot een minimum beperken.

Sferische aberratie is een type beeldverstoring dat soms voorkomt bij het gebruik van meniscus lenzen. Je ziet dan een soort 'band' met de kleuren van de regenboog dicht bij de randen van zeer contrastrijke dia's. Je ziet het meer bij meniscus lenzen die van kunststof gemaakt zijn, geperste lenzen of lenzen die slecht geslepen zijn.

Type lens en coating

De keuze welk type lens de kijker moet bevatten hangt af van:

  • Hoe veel vergroting eist U.
  • Hoe veel beeldverstoring staat U toe.
  • Waar wordt de kijker gebruikt; privé of voor publiek.
  • Hoe veel geld wil U er aan spenderen.

Er zijn twee type lenzen het meest gebruikt voor diakijkers:

De meniscus lens is gemaakt van zowel plastic als glas en is de zogenaamde 'goedkope' oplossing. Maar vat dit niet verkeerd op: meniscus lenzen met een vergroting van 4 x , gemaakt van glas, waarmee een beeld van 23x21 mm. wordt bekeken, doen het heel goed! Iedere lens heeft zijn optische grenzen waarbij een dia acceptabel bekeken kan worden.

De achromaatlens staat meer vergroting toe zonder al te veel verstoring van het beeld. In veel gevallen hebben ze de dubbele prijs vergeleken met glazen meniscus lenzen. Het licht gekromde oppervlak aan de linkerkant staat de toeschouwer toe om minder nauwkeurig door de lenzen te kijken, dus minder in het optische midden van de lens. Door deze eigenschap zijn ze beter geschikt voor publieke toepassingen; fixed focus en geen basis verstelling.

Het is technisch niet mogelijk om een enkele achromaat lens te maken met een brandpunt korter dan 50 mm. (vergroting 5x) en een diameter groter dan 30 mm. zonder veel beeld verstoring. Om deze reden hebben korte brandpunt achromaten een diameter kleiner dan 30 mm. Anders moet er een combinatie gemaakt worden zoals bij de Combi viewer van onze firma; Twee achromaat lenzen in 1 lensbus waarbij een brandpunt van 50 mm. wordt gehaald met een diameter van 33 mm. De verstoring van het beeld is laag gebleven maar nog wel licht aanwezig.

Het enige probleem wat nu ontstaat is dat de grootste onkostenpost voor de kijker nu de lenzen zijn. Maar dat is wel heb belangrijkste onderdeel van de kijker.......

Coating op de lenzen wordt vaak gezien als een vorm van luxe. Maar er is een goede reden voor. In veel gevallen bevindt de toeschouwer zich in een helder verlichte ruimte met witte muren. In de diakijker is het donker. Niets is vervelender dan het zien van je eigen ogen en wimpers gereflecteerd in het voorste deel van de lens. Je ziet dan vaak dat mensen met hun handen proberen het omgevingslicht te elimineren. Deze reflecties zijn voor 75% verdwenen met een goede coating. Indien de kijker meer lenselementen bevat, wees er dan zeker van dat alle lenzen gecoat zijn.

Lensbasis verstelling

Lensbasis verstelling is een relatief dure optie; Het vraagt meer bewegende delen. Voor lensbasis verstelling geldt: vergrotingen sterker dan 5x (F= 50 mm.) en diameter 25 mm. en kleiner vereisen lensbasis verstelling. Natuurlijk, als er maar 1 persoon gebruik maakt van de kijker waarbij alles niet verstelbaar is, kan deze kijker misschien precies goed staan voor hem of haar.

Als een 3D diakijker ontwerper er voor kiest om geen lensbasis verstelling toe te passen, moet hij er wel zeker van zijn dat deze een diameter van minimaal 30 mm. moet hebben. De toeschouwer zal zeker problemen krijgen met de hoeken van de bekeken dia's met te kleine lenzen! Sterk vergrotende lenzen geven ook eerder onscherpte indien er niet meer precies door het midden van de lens wordt gekeken. Bij volwassen varieert de oogafstand tussen de 57-70 mm. Bij kinderen is dit natuurlijk smaller.

De lichtverdeler aan de achterkant van de kijker.

Alle kijkers hebben een of ander vorm van lichtverdeling aan de achterkant van het kijkerhuis. Zonder zo'n verdeler heb je een zeer onrustige achtergrond van de bekeken dia. Er worden twee typen materiaal gebruikt als lichtverdeling; matglas en melkglas, beide verkrijgbaar in kunststof en glas.

Het beste materiaal om licht te verdelen is melkglas. Bijna elk type lichtbron (spotje, zonlicht, enz.) wordt door dit materiaal mooi egaal verdeeld. Maar er zijn wat nadelen:

  • Melkglas vraagt veel licht om tot een acceptabele lichthelderheid te komen.
  • Melkglas filtert vaak wit licht naar een vorm van geel licht. Hierdoor zal de de afbeelding niet meer de natuurgetrouwe kleuren tonen.
  • Door het hoge licht 'energie' verbruik is het materiaal niet erg geschikt voor mobiel gebruik.
  • Melkglas is relatief goedkoop.
  • Melkglas wordt vaak gebruikt bij publieke kijkers. De lichtbronnen daar hebben vaak genoeg vermogen en 'coolwhite' TL buizen om de gele tint te compenseren.

Voor een natuurlijke weergave van kleuren moet gekozen worden voor matglas. Hoewel de licht verdeel eigenschappen niet erg goed zijn, kunnen door andere productie technieken deze eigenschappen verbeterd worden.

  • Matglas biedt de toeschouwer een helder verlichte achtergrond.
  • Matglas laat de kleurtemperatuur van de lichtbron onaangetast.
  • Matglas dient behoorlijk fijn geslepen te zijn om de korrel van het slijpproces niet te zien.
  • Fijngeslepen matglas is duur en niet overal verkrijgbaar als het stuk gaat.

De afmeting en plaatsing van de lichtverdeler is niet altijd optimaal, vaak om commerciële redenen. Er zijn 2 plaatsen waar het matglas geplaatst kan worden:

  • Een paar centimeter achter de dia.
  • Vlak achter de dia / tegen de dia aan.

Linker plaatje laat plaatsing vlak achter de dia tonen.
Het rechter plaatje laat de ruimte tussen de dia en licht verdeler zien.

De plaatsing vlak achter de dia heeft een aantal voordelen. Het huis van de viewer kan hierdoor eenvoudig van opbouw zijn. De dia wordt soms wel, soms niet met een veer tegen de lichtverdeler gedrukt. Hierdoor krijgt de viewer een 'doos' vorm. Er zijn geen extra wanden of schotten nodig. De kosten worden hierdoor laag gehouden. Groot nadeel is echter dat al het vuil en krassen op de lichtverdeler binnen het scherptegebied van de lens zitten! Ze zijn dus net zo scherp zichtbaar als de dia zelf. Zeker met matglas is de korrel goed te zien.

Plaatst men de lichtverdeler een paar centimeter achter de dia dan wordt het huis constructie technisch iets complexer en dus duurder. Echter zullen hier vuil en krassen nauwelijks te zien zijn bij het bekijken van de dia's. Optisch gezien is voor deze oplossing altijd een grotere lichtverdeler en viewerhuis nodig. Dit om te voorkomen dat de zijwanden van het huis in het beeld zichtbaar worden.

Licht lekkage en reflecties binnenin de kijker.

Ook deze vorm van beeldverstoring heeft veel te maken met de constructie van de kijker en de gemaakte kosten bij het bouwen van de kijker.

Het ideale beeld wordt gevormd alsof je in een donkere bioscoopzaal naar een geprojecteerde afbeelding kijkt. Zonder enige vorm van omgevingslicht verstoring. Met lichtlekkage wordt bedoelt; lichtstralen die door kieren en spleten van het viewerhuis naar binnen komen.

  • Deze lichtstralen kunnen een witte streep over het beeld heen laten vallen waardoor een 'grauwsluier' over het beeld ontstaat en het diaraam materiaal door de lenzen zichtbaar wordt. De lichtstralen kunnen ook de 'lelijke' wanden van het viewerhuis laten zien.
  • Bij eenvoudige viewers die 50x50 mm. en 41x101 raampjes kunnen verwerken is de diahouder zodanig geconstrueerd dat het eerste type raampje aan de voorkant en het tweede aan de achterkant van de houder geplaatst kant worden. Hierdoor onstaat een spleet aan de voorkant van de houder als daar geen dia in geplaatst is. Hierdoor komt ook licht naar binnen.

  • Bij eenvoudige kijkers komt het ook wel voor dat er geen goede geleiding voor de dia aanwezig zijn. De wanden van het huis bevat geen gleuf waarin de dia geschoven wordt. Een kier naast en onder het raampjes is onvermijdelijk. Erg storend bij een felle lichtbron.

Ook al heeft een kijker geen lichtlekkage, reflecties kunnen ook hinderlijk zijn. Het is niet altijd eenvoudig om reflecties tot 0 te reduceren, je zal ze altijd in meer of mindere mate houden. Tenslotte komen reflecties door licht wat door de dia zelf komt! Zwart schilderen of anodiseren van oppervlakken helpt niet altijd maar is wel het minimum om de meeste reflecties kwijt te raken. De hardnekkigste reflecties treden op in de lensbussen. Licht reflecteert nu eenmaal sneller op oppervlakken die in het verlengde liggen van de 'kijk-as'.

  • Schoolbordverf is een goed materiaal om reflecties te reduceren. Het droogt mat op en laat weinig kwast sporen achter in het gezichtsveld.
  • zwart fluweel op plakstroken absorbeert veel licht en reflecteert nauwelijks. Nadeel is wel dat het materiaal dik is en op den duur los kan laten.
  • Bij het ontwerp er voor zorgen dat onderdelen helemaal niet in het zicht komen, er valt dan weinig te reflecteren.
De diaraamhouder

De diaraamhouder hoeft geen beeldverstoring te geven. Met een diahouder wordt verstaan het gedeelte van de kijker dat er voor zorgt dat de dia op de juiste plaats in de kijker blijft zitten. De dia kan op 2 manieren in de kijker geplaatst worden:

  • vanaf de bovenkant wordt de dia in een gleuf gestoken. Al dan niet met aandrukveren om de dia vast te houden voor schuiven of ter voorkoming van er uit te vallen bij op de kop houden van de kijker.
  • vanaf de zijkant het viewerhuis inschuiven. Deze methode zie je niet veel, maar wordt toegepast om constructuele redenen. Het is nog wel eens gebruikt bij de oude glasplaat kijkers uit begin vorige eeuw.

Enkele eisen die aan de houder kan stellen zijn:

  • De doorlaat van de diahouder moet op zijn minst de grootte van de grootste dia voor dat type diaraam aankunnen.
  • De diaraamhouder dient niet van doorzichtig materiaal gemaakt te zijn.
  • De diahouder staat de gebruiker toe de dia eenvoudig te plaatsen, zonder veel te passen.
  • De diahouder staat de gebruiker toe de dia snel uit de kijker te nemen; bij sommige kijkers is de grip op de bovenkant van de dia minimaal, je kan hem gewoon niet pakken.
  • De dia dient met veren naar voren gedrukt te worden. Hierdoor komt hij licht geklemd vast te zitten.
  • De veren dienen dus NIET aan de voorkant, vanaf oogzijde, naar achteren te drukken. Ze komen dan in het zicht, of ze dienen afgeschermd te worden.
  • De aandrukveren dienen ook door de dia heen niet zichtbaar te worden.

Aandrukveren hebben grote voordelen maar er zijn ook nadelen:

  • Commercieel gezien zijn aandrukveren duur. Ze zijn gemaakt van roestvast staal, kunststof of geschilderd staal. Het vraagt meer (nauwkeurige) handelingen om ze te monteren.
  • Slecht afgewerkte veren kunnen de raampjes krassen of erger.... de dia.
  • Aandrukveren die strak staan, staan het plaatsen van losse (slappe) maskers nauwelijks toe zoals van karton, papier of het aluminium Realist masker.
kijkerhuis materiaal en lensbussen

Het materiaal waarvan de kijker gemaakt is hangt af van een aantal zaken:

  • Wordt de kijker privé of publiekelijk gebruikt. Privé gaat men altijd zuiniger met de spullen om dan openbaar publiek. Metaal wordt daarom sneller verkozen boven kunststof of karton bij publiek gebruik.
  • Hoe lang moet de kijker meegaan (slijtage). Ook als men de kijker privé veel gebruikt kan lensbus schroefdraad slijten en dus de bussen in het huis minder nauwkeurig in het huis schroeven. Daarentegen is kunststof beter bestand tegen op de grond vallen, maar minder krasvast. Zweet van handen en ogen kunnen ijzer en koper behoorlijk laten roesten. Roestvast staal is dan een optie.

  • De nauwkeurigheid van de kijker. Kunststof is minder vormvast dan metaal. Kunststof onderdelen worden vaak zodanig geproduceerd dat ze makkelijk in elkaar passen omdat het productieproces minder nauwkeurig is dan metaal. Te nauwkeurige montage van kunststof onderdelen wordt vaak stroef bij bewegen, slijt harder en kan soms leiden tot scheuren.
  • Heeft de gebruiker vormen van allergie tegen bepaalde materialen. Het is bekend dat sommige mensen last hebben van bepaalde kunststoffen en aluminium. Kunststoffen kunnen uitslag geven bij aanraking. Aluminium is, wetenschappelijk gesproken, een niet-geordend materiaal. Men kan daar gevoelig voor zijn en hoofdpijn krijgen, ook al licht het niet aan de optische kwaliteit van de kijker. Vervanging van deze aluminium onderdelen voor geordend staal lost vaak dat probleem op.
Lichtbron zaken

Lichtbronnen zijn er in allerlei soorten en maten. De kleur en de helderheid van het licht zijn daarbij de belangrijkste zaken.

De kleur 'temperatuur' wordt uitgedrukt in graden Kelvin. Om een dia zijn eigen originele kleuren weer te geven dient de lichtbron wit licht te geven. Om een indruk te geven van kleurtemperaturen en de daarbij behorende lichtbron het volgende:

  • 3000 Kelvin; geel licht, vergelijkbaar met fietslampje
  • 3800 Kelvin; licht met een gele tint, vergelijkbaar met halogeen lampje.
  • 4500 Kelvin; bijna wit licht, vergelijkbaar met een doorsnee luchtpartij.
  • 5000 Kelvin; wit licht, afkomstig uit bijvoorbeeld witte PL buislamp of kleine platte dialichtbak met dunne buislamp.
  • 5600 Kelvin; licht met een blauwe tint, afkomstig uit gasontlandingslampen.

Vaak verbruiken lichtbronnen met hogere kleurtemperaturen meer stroom en stralen ze feller. Maar de invloed van de lichtverdeler, om een egaal verlicht vlak te krijgen, kan ook de kleur beïnvloeden.

De stroomvoorziening van de kijker kan een probleem zijn maar hoeft niet. Het is maar net wat voor eisen je er aan stelt.

  • Wordt de kijker altijd op één locatie gebruikt dan kan het beste met een lichtnet adapter gewerkt worden, batterijen zijn dan niet nodig
  • Bij mobiel gebruik zijn (oplaadbare) batterijen natuurlijk handiger.
  • Gewone batterijen zijn in de meeste lichtbakjes na een paar uur leeg, oplaadbaar licht dus voor de hand.
  • Voor het opladen van de batterijen kan er voor gekozen worden om de batterijen steeds uit de kijker te halen en in een aparte oplader te laden. Steeds meer lichtbakken hebben nu een eigen oplaad faciliteit aan boord.
  • Mochten de batterijen leeg zijn dan is het wel prettig dat tijdens het laden ook nog de lamp gebruikt kan worden via de lichtnet adapter.
 

de Wijs, ontwikkeling en productie van stereoscopische instrumenten, 
Populierstraat 44, 4131 AR Vianen, Nederland.
Tel. +31 (0)347-372242, Fax. +31 (0)347-355643, e-mail: info@dewijs-3d.com